Voorpagina / Wet en regelgeving
Studiekostenbeding: wanneer mag een werkgever terugvorderen?
Voor werkgevers en HR: welke opleidingskosten je mag terugvorderen, welke scholing kosteloos moet zijn en wat de Hoge Raad in 2025 besliste.

In cijfers
- Verplichte scholing
- kosteloosen geldt als arbeidstijd, artikel 7:611a lid 2 BW
- Terugbetaalbeding daarvoor
- nietigartikel 7:611a lid 4 BW
- Scholing nodig voor de functie
- valt eronderHoge Raad 26 september 2025
- Opleiding buiten die plicht
- beding mogelijkde rechter toetst de afspraak
Geldt voor artikel 7:611a BW zoals dat geldt per 1 juli 2026 en rechtspraak tot en met mei 2026. Bedragen en tijdvakken verouderen; controleer bij de uitvoerder.
Een werkgever mag studiekosten alleen terugvorderen voor een opleiding die hij niet verplicht is aan te bieden. Scholing die de werkgever op grond van de wet of de cao moet verstrekken, is voor de werknemer kosteloos en telt als arbeidstijd. Een beding dat die kosten toch bij de werknemer legt, is nietig. De Hoge Raad oordeelde op 26 september 2025 dat daaronder ook alle scholing valt die noodzakelijk is voor de uitoefening van de functie.
Wat zegt de wet over het terugbetalen van studiekosten?
De regels staan in artikel 7:611a van het Burgerlijk Wetboek. Lid 1 bestaat sinds 2015 en verplicht de werkgever de werknemer in staat te stellen scholing te volgen die noodzakelijk is voor de uitoefening van zijn functie. Voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd, geldt dat ook voor scholing om de arbeidsovereenkomst voort te zetten als de functie vervalt of de werknemer die niet langer kan vervullen.
Per 1 augustus 2022 zijn daar leden aan toegevoegd ter uitvoering van de Europese richtlijn over transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden. Lid 2 bepaalt dat scholing die de werkgever verplicht moet verstrekken op grond van Unierecht, nationaal recht, een cao of een regeling van een bevoegd bestuursorgaan:
- kosteloos wordt aangeboden;
- als arbeidstijd geldt;
- indien mogelijk plaatsvindt tijdens de werktijd.
Lid 4 maakt een beding nietig waarmee de kosten van die scholing worden verhaald op of verrekend met inkomsten uit de dienstbetrekking.
Welke scholing is verplicht en dus gratis?
Het ministerie van SZW noemt in zijn vragenlijst bij de wet twee voorbeelden: scholing om te werken met een nieuw computersysteem dat de werkgever invoert en scholing in het kader van een verbetertraject. Ondernemersplein noemt scholing die nodig is voor een verplicht certificaat of om mee te gaan met technologische ontwikkelingen.
Volgens de wetsgeschiedenis die de Hoge Raad aanhaalt, komen alle kosten van zo'n opleiding voor rekening van de werkgever, zoals reiskosten, boeken en examengelden. De nietigheid geldt volgens diezelfde toelichting ongeacht de omstandigheden. Of de opleiding met goed of slecht gevolg is afgelegd of de werknemer binnen een termijn vertrekt, maakt dan niet uit.
Wat besliste de Hoge Raad in 2025?
De zaak ging over een advocaat-stagiaire met een studiekostenbeding voor de verplichte Beroepsopleiding Advocatuur. Op vragen van het gerechtshof Den Haag oordeelde de Hoge Raad op 26 september 2025 dat de beroepsopleiding scholing is die noodzakelijk is voor de functie, omdat de stagiaire tijdens de opleiding al als advocaat werkt en daarvoor betaald krijgt.
Voor andere werkgevers telt vooral het tweede antwoord. De Hoge Raad legt artikel 7:611a uit in overeenstemming met de richtlijn: zodra een werkgever een opleiding op grond van lid 1 moet aanbieden omdat die noodzakelijk is voor het werk, moet hij haar op grond van lid 2 kosteloos aanbieden. Afwijkende afspraken zijn volgens de Hoge Raad niet mogelijk. Hetzelfde geldt voor de jaarlijks verplichte opleidingspunten van advocaten in loondienst. Die komen voor rekening van de werkgever.
Eén vraag liet de Hoge Raad open: of zulke kosten in bijzondere omstandigheden toch bij de werknemer terecht kunnen komen, bijvoorbeeld als die een schadevergoeding aan de werkgever verschuldigd is.
Geldt dit ook voor een diploma dat bij indiensttreding al nodig is?
Niet vanzelf. Scholing voor een diploma of certificaat waarover de werknemer bij aanvang al moet beschikken om een functie wettelijk te mogen uitoefenen, is volgens het ministerie niet per definitie scholing die de werkgever bij wet moet verstrekken. De omstandigheden van het geval bepalen dat. De minister noemde de lerarenopleiding als voorbeeld. De Hoge Raad vond dit vooropleidingsargument voor de advocatuur verdedigbaar, maar koos er uitdrukkelijk niet voor.
Mag een studiekostenbeding bij een vrijwillige opleiding?
Ja. De nietigheid in lid 4 geldt alleen voor scholing als bedoeld in lid 2. Bij de invoering van lid 1 in 2015 schreef de minister al dat scholingsbedingen mogelijk blijven. Voor een opleiding die niet noodzakelijk is voor de functie en die wet of cao niet voorschrijven, kunnen werkgever en werknemer een terugbetaling afspreken.
De wet zelf bevat geen lijst met eisen voor zo'n beding. De rechter beoordeelt het aan de hand van de afspraak en eerdere rechtspraak. Dat een duidelijke tekst daarbij zwaar weegt, liet de kantonrechter in Rotterdam op 8 mei 2026 zien. Een werkgever had de studieschuld van een nieuwe werknemer overgenomen, met een terugbetaalregeling die verviel bij beëindiging op initiatief van de werkgever. Na het niet verlengen van het tijdelijke contract eiste de werkgever een deel terug. Volgens de kantonrechter had de werkgever als opsteller van de regeling duidelijk moeten uitleggen dat ook een contract dat van rechtswege afloopt tot terugbetaling leidt. Dat was niet gebeurd. De werknemer hoefde niets terug te betalen. De rechter merkte wel op dat dit geen gebruikelijk studiekostenbeding was, omdat de kosten bij een vorige werkgever waren gemaakt.
Wat betekent dit voor je opleidingsbeleid?
Loop bestaande studiekostenbedingen na en kijk per opleiding of die noodzakelijk is voor de functie of door wet of cao verplicht is. Is dat zo, dan heeft het beding geen werking, ook niet in contracten van vóór augustus 2022. Ondernemersplein wijst er verder op dat een recht op scholing, als dat van toepassing is, in het arbeidscontract hoort te staan. Wat je cao over scholing en studiekostenregelingen zegt, staat in scholing in de cao. Over budget en deelname gaat het opleidingsbudget is er wel, de deelname niet.
Bronnen
- Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 611awetten.overheid.nl · geraadpleegd 21 september 2026
- Prejudiciële beslissing over het studiekostenbeding bij de Beroepsopleiding Advocatuur, ECLI:NL:HR:2025:1386Hoge Raad · geraadpleegd 21 september 2026
- FAQ Transparante arbeidsvoorwaardenMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid · geraadpleegd 21 september 2026
- Arbeidscontract afsluiten, onderdeel scholingOndernemersplein · geraadpleegd 21 september 2026
- Vonnis kantonrechter over een studiekostenregeling, ECLI:NL:RBROT:2026:5572Rechtbank Rotterdam · geraadpleegd 21 september 2026








