Voorpagina / Wet en regelgeving
Btw op e-learning: verlaagd tarief geldt niet voor bedrijfsopleidingen
Een e-learning voor medewerkers valt volgens het Besluit omzetbelasting niet onder het verlaagde btw-tarief. Wat dat voor opleiders betekent.

In cijfers
- Besluit omzetbelasting toelichting tabel I
- 22 dec 2025geldt vanaf 1 januari 2026
- Kennisgroepstandpunt KG:210:2025:3
- ingetrokkeninhoud staat nu in het besluit
- Onderwijscriterium: nagenoeg uitsluitend
- minstens 90%bestemd voor het onderwijs, niet het feitelijk gebruik
- Online onderwijs en de vrijstelling
- interactiemoet mogelijk zijn tussen leerkracht en leerling
Geldt voor het Besluit omzetbelasting toelichting tabel I van 22 december 2025, geldend vanaf 1 januari 2026 (Belastingdienst-pagina's geraadpleegd op 8 oktober 2026). Bedragen en tijdvakken verouderen; controleer bij de uitvoerder.
Een e-learning die een opleider aan bedrijven verkoopt, valt volgens het Besluit omzetbelasting toelichting tabel I niet onder het verlaagde btw-tarief voor digitale educatieve informatie. Het besluit is van 22 december 2025 en geldt sinds 1 januari 2026. Het neemt een standpunt over van de kennisgroep van de Belastingdienst. Dat standpunt (KG:210:2025:3) is ingetrokken omdat de inhoud nu in het besluit staat. De pagina met het ingetrokken standpunt is voor het laatst bijgewerkt op 22 juli 2026.
Wanneer geldt het verlaagde tarief voor online leermateriaal?
Het verlaagde tarief geldt voor boeken. Onder dezelfde tabelpost valt digitale educatieve informatie die kennelijk uitsluitend of nagenoeg uitsluitend bestemd is voor informatieoverdracht in het onderwijs. Voor het langs elektronische weg leveren daarvan verwijst het besluit naar tabelpost b 21. Voor cd-roms, dvd's en usb-sticks geldt hetzelfde criterium, zo staat op de Belastingdienst-pagina over schoolboeken.
Het besluit noemt dit het onderwijscriterium. 'Nagenoeg uitsluitend' betekent daarin minstens 90%. Dat criterium gaat over waarvoor het product is bestemd en niet over hoe het feitelijk wordt gebruikt. Op verzoek moet de uitgever aannemelijk maken dat het product is ontwikkeld met het oog op opname in lespakketten van onderwijsinstellingen. Dat kan blijken uit marktonderzoek en marketing.
Drie voorbeelden uit het besluit
Het besluit geeft voorbeelden van online leeromgevingen met e-learnings.
- Wel onder de post: een leeromgeving die nagenoeg uitsluitend is ontwikkeld voor het lesprogramma van basisscholen en middelbare scholen. Het besluit noemt lesstof, uitlegvideo's en oefenopgaven.
- Niet onder de post: een volledige en interactieve opleiding tot een beroep met online modules en afsluitende toetsen inclusief certificaten. Zij is ontwikkeld voor bedrijven om medewerkers op te leiden. Dat de modules ook in het beroepsonderwijs kunnen worden opgenomen, verandert dat niet. Volgens het besluit moet het product in het verlengde liggen van school- en studieboeken. Een op zichzelf staande interactieve opleiding is meer omvattend.
- Niet onder de post: een online leeromgeving van een onderwijsinstelling voor bedrijven, overheidsinstellingen en onderwijsinstellingen, gericht op de persoonlijke ontwikkeling van werknemers. Dat een onderwijsinstelling de omgeving aanbiedt, is volgens het besluit niet relevant.
Het besluit vermeldt ook dat de afschaffing van onder meer de tabelposten a 30 en b 21 per 1 januari 2026, die in het Belastingplan 2025 stond, is ingetrokken in de Wet van 29 oktober 2025 (Stb 2025, 339).
Hoe zit het met de onderwijsvrijstelling?
De onderwijsvrijstelling is een ander onderdeel van de btw-regels. De Belastingdienst schrijft dat onderwijs is vrijgesteld van btw. Onderwijs dat elektronisch, op afstand of online wordt gegeven valt alleen onder de vrijstelling als er interactie mogelijk is tussen leerkracht en leerling. Wie vrijgesteld onderwijs verzorgt, brengt geen btw in rekening en kan de btw over inkopen en kosten niet aftrekken.
Voor beroepsopleidingen noemt de Belastingdienst ook cursussen om in een werkkring te kunnen functioneren, bijvoorbeeld management-, automatiserings- en taalcursussen. Niet-wettelijk erkende beroepsopleidingen zijn vrijgesteld als de instelling of zelfstandige docent is ingeschreven in het Centraal Register Kort Beroepsonderwijs. Een docent die alleen in het docentenregister staat, is vrijgesteld voor onderwijs dat die docent aan onderwijsinstellingen geeft. Meer over de registratie staat in CRKBO-registratie en de btw-vrijstelling.
Wat dit betekent voor werkgevers en opleiders
Dit is duiding en geen uitspraak van de Belastingdienst. De bronnen zeggen wat niet onder het verlaagde tarief valt. Ze zeggen in de geraadpleegde passages niet welke behandeling wel geldt voor een abonnement op e-learningmodules dat een bedrijf voor medewerkers afneemt. Welke behandeling voor zo'n abonnement wel geldt, valt niet uit deze bronnen af te leiden.
Voor een opleider die e-learning aan bedrijven levert, is het onderwijscriterium de toets: is het product nagenoeg uitsluitend bestemd voor het onderwijs? Een opleiding die voor bedrijven is ontwikkeld, voldoet volgens een voorbeeld in het besluit niet. Voor een HR- of inkoopafdeling is het zinvol om op offertes en facturen na te gaan welke btw-behandeling de leverancier toepast en op welke grond. Hoe je zulke opdrachten inkoopt, staat in opleidingen inkopen onder de drempel.
Bronnen
- Staatscourant 2025, 39463: Besluit omzetbelasting toelichting tabel IMinisterie van Financiën, Officiële bekendmakingen · geraadpleegd 8 oktober 2026
- [Ingetrokken] KG:210:2025:3 Digitale educatieve informatieKennisgroepen Belastingdienst · geraadpleegd 8 oktober 2026
- Vrijstelling in het onderwijsBelastingdienst · geraadpleegd 8 oktober 2026
- BeroepsopleidingenBelastingdienst · geraadpleegd 8 oktober 2026
- Btw-tarief schoolboekenBelastingdienst · geraadpleegd 8 oktober 2026








