Naar de inhoud
Donderdag 15 oktober 2026 Sluit over 1 dagen16 okt: SLIM-scholingssubsidie: aanvraagtijdvak voor collectieven sluit
E-learning NieuwsVakblad over de opleidingsmarkt

Voorpagina / Leren en ontwikkelen

L&D

Scholing in de cao: waar de afspraken over gaan

Van werk naar werk staat weer op de cao-agenda. Voor werkgevers en opleiders is dat de plek waar scholingsgeld en scholingsplicht in dezelfde tekst terechtkomen.

3 min. lezenDoor de

Vakbond en werkgevers onderhandelen aan een lange tafel over een cao
Sfeerbeeld, gemaakt met AI.

In cijfers

Cao's voor sociale fondsen
98waarvan twintig als O&O- of A&O-fonds geregistreerd
Verplichte scholing
kosteloosen geldt als arbeidstijd, artikel 7:611a lid 2 BW
Terugvorderingsbeding
nietigvoor die verplichte scholing, lid 4

Geldt voor cao-cijfers over 2025 en de wettekst zoals die nu geldt. Bedragen en tijdvakken verouderen; controleer bij de uitvoerder.

Cao-teksten zijn niet het eerste waar een opleidingsverantwoordelijke naar kijkt en dat is een gemiste kans. In de cao staat vaak concreter wat een werkgever moet doen aan scholing dan in welk beleidsstuk ook. En in de cao wordt het geld geregeld waarmee sectoren hun scholing betalen.

De sectorfondsen zitten in de cao

Opleidings- en ontwikkelingsfondsen bestaan omdat werkgevers- en werknemersorganisaties dat bij cao hebben afgesproken. Ze worden gevoed uit een premie over de loonsom en paritair bestuurd. Hoeveel het er precies zijn is lastig te zeggen, want een deel is als apart fonds geregeld en een deel zit gewoon in de reguliere cao. Het ministerie van SZW telde in zijn cao-overzicht over 2025 wel 98 cao's voor sociale fondsen, waarvan er twintig uitdrukkelijk als O&O- of A&O-fonds zijn geregistreerd. In grote sectoren zoals bouw en metaal en techniek zijn de mogelijkheden het ruimst.

Voor een werkgever betekent dat: als je onder een cao met een O&O-fonds valt, betaal je al mee aan scholing, of je er nu gebruik van maakt of niet. Het niet aanspreken van dat fonds is dus geen bezuiniging maar weggegooid geld.

Voor een opleider betekent het dat de fondsen een eigen inkoopkanaal vormen, met eigen regelingen, voorwaarden en soms lijsten met erkende aanbieders. Dat kanaal is minder zichtbaar dan een aanbesteding, maar het is er wel. Zie ook het scholingsgeld is verplaatst, niet verdwenen.

Van werk naar werk terug op de agenda

De Stichting van de Arbeid, het overlegorgaan van werkgevers- en werknemersorganisaties, publiceerde dit voorjaar een handreiking over van werk naar werk. Die roept cao-partijen op om afspraken te maken over onafhankelijk loopbaanadvies, loopbaangerichte scholing, mobiliteit in sociale plannen, zij-instroom, skills en sectorale ontwikkelpaden. De brancheorganisatie voor private opleiders bracht de handreiking bij haar leden onder de aandacht, omdat een deel van die dienstverlening bij private aanbieders wordt ingekocht.

Het onderwerp past bij de bredere beleidslijn waarin het kabinet stuurt op een stelsel waarin mensen makkelijker van baan naar baan gaan en waarin gekeken wordt naar wat iemand kan in plaats van naar het diploma. Zie kabinet zet koers uit voor leren en ontwikkelen.

Wat er in cao-teksten over dit onderwerp terechtkomt, verschilt sterk per sector. Grofweg kom je vier soorten bepalingen tegen.

Een individueel budget of aantal uren. Een bedrag per jaar of een aantal dagen dat een medewerker aan ontwikkeling mag besteden. De praktijk leert dat dit soort rechten pas worden gebruikt als iemand ze actief onder de aandacht brengt.

Een recht op loopbaanadvies of een ontwikkelgesprek. Vaak gekoppeld aan een frequentie, bijvoorbeeld eens per zoveel jaar. Dit is de bepaling waar externe adviseurs en opleiders het vaakst mee te maken krijgen.

Een studiekostenregeling met terugbetaalclausule. Regelt wie wat betaalt en wat er gebeurt bij vertrek. Let op de verhouding met de wettelijke regels over scholingskosten. Scholing die de werkgever op grond van wet, cao of een besluit van een bevoegd bestuursorgaan verplicht moet verstrekken, moet kosteloos worden aangeboden en geldt als arbeidstijd. Dat staat in artikel 7:611a lid 2 van het Burgerlijk Wetboek. Een beding dat die kosten alsnog op de werknemer verhaalt is nietig, zegt lid 4 van hetzelfde artikel.

Afspraken over inzetbaarheid bij reorganisatie. Hier zit het van-werk-naar-werk-deel, met scholing als instrument om iemand naar een andere functie of sector te begeleiden.

Wat je ermee doet

Voor een werkgever is de praktische stap eenvoudig en wordt hij zelden gezet: haal de scholingsartikelen uit je eigen cao, leg ze naast je opleidingsbeleid en kijk waar de tekst meer belooft dan je uitvoert. Dat is meestal bij het ontwikkelgesprek en bij het individuele budget.

Voor een opleider is de stap: zoek uit onder welke cao je klanten vallen en welk fonds daarbij hoort. Een aanbod dat aansluit op een bestaande fondsregeling verkoopt zichzelf makkelijker dan een aanbod waar de klant zelf de financiering bij moet zoeken. Hoe deelname en budget zich in de praktijk tot elkaar verhouden, staat in het opleidingsbudget is er wel, de deelname niet.

Bronnen

  1. Cao's in Nederland 2025, aantallen cao's en sociale fondsenMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid · geraadpleegd 5 september 2026
  2. Handreiking van werk naar werk voor cao-partijenStichting van de Arbeid · geraadpleegd 5 september 2026
  3. Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikel 611awetten.overheid.nl · geraadpleegd 5 september 2026

Meer over leren en ontwikkelen

Alles →

Ander nieuws