Voorpagina / Beleid en politiek
Kabinet zet koers uit voor leren en ontwikkelen: vaardigheden boven diploma's
In een Kamerbrief over de toekomst van Leven Lang Ontwikkelen schetst het kabinet een eenvoudiger stelsel waarin publieke en private opleiders elkaar aanvullen. Wat daarin staat voor de opleidingsmarkt.

In cijfers
- Kamerbrief
- 9 jul 2026Kamerstuk 30012, nr. 170
- Ondertekend door
- drie ministersSZW, OCW en Economische Zaken
- Nieuwe regeling begrensd op
- mbo-niveau 4publieke financiering tot en met dat niveau
- Leerrekening
- voorjaar 2027verkenning en beleidsreactie naar de Kamer
Geldt voor de Kamerbrief van 9 juli 2026. Bedragen en tijdvakken verouderen; controleer bij de uitvoerder.
Het kabinet heeft de Tweede Kamer op 9 juli geïnformeerd over de toekomst van Leven Lang Ontwikkelen. De brief is geen wetsvoorstel en bevat geen nieuwe regeling, maar hij tekent wel de lijnen waarlangs het scholingsstelsel de komende jaren wordt verbouwd. Voor opleidingsbedrijven en voor iedereen die scholing inkoopt, is dat de moeite van het lezen waard.
Wat de brief wil
De kern is een eenvoudiger en beter samenhangend stelsel van om- en bijscholing, waarin mensen makkelijker van baan naar baan gaan. Het kabinet noemt drie uitgangspunten die daarbij horen.
Het eerste is de verschuiving van diploma naar vaardigheid. De vraag wordt wat iemand kan, niet welk papier iemand ooit heeft gehaald. Dat klinkt als beleidstaal, maar het heeft praktische gevolgen: als je op vaardigheden gaat sturen, moet je ze kunnen beschrijven, toetsen en vergelijken.
Het tweede is dat publieke en private opleiders elkaar aanvullen. Die formulering is voor de private markt belangrijker dan hij lijkt. In eerdere ronden van dit debat werd private scholing vooral als sluitstuk behandeld. Nu staat het als complementair in de brief, waarmee de deur voor private aanbieders in publiek gefinancierde trajecten op een kier blijft.
Het derde is transparantie richting de werkende zelf: mensen moeten inzicht krijgen in hun kennis, vaardigheden, ontwikkelmogelijkheden en opleidingsniveau.
Wat er op korte termijn gebeurt
Op korte termijn werkt het kabinet aan een nieuwe scholingsregeling. Die wordt in de eerste plaats op doelgroep afgebakend en niet op sector: het kabinet wil de publieke financiering van scholing beperken tot en met mbo-niveau 4, gericht op kwetsbare groepen, in het bijzonder werkzoekenden en werkenden die minder onderwijs hebben genoten. Welke scholing daarbinnen past, wil het kabinet samen met sectoren bepalen, met de nadruk op de kennis en vaardigheden die de cruciale sectoren nodig hebben.
Dat is voor een aanbieder een belangrijk onderscheid. Een regeling die is afgebakend op opleidingsniveau raakt een ander deel van de markt dan een regeling die is afgebakend op branche.
Op langere termijn loopt er een verkenning naar een individuele leerrekening, die aansluit op de ambitie uit het coalitieakkoord om toe te werken naar individuele leerrechten. De resultaten en de beleidsreactie daarop gaan in het voorjaar van 2027 naar de Kamer. Dat is precies het onderwerp waarover al jaren wordt verkend zonder dat er een instrument uit komt, dus voorzichtigheid is op zijn plaats. Wie zijn businessplan bouwt op leerrechten die er nog niet zijn, begroot op lucht.
Het mbo wordt in de brief expliciet genoemd als belangrijke speler in regionale scholingstrajecten voor volwassenen. Binnen het programma LLO-Katalysator, betaald uit het Nationaal Groeifonds, werken instellingen uit mbo, hbo en wo samen met private opleiders en werkgevers aan om- en bijscholing. De MBO Raad reageerde positief op de nieuwe koers.
Wat het betekent voor aanbieders
Drie dingen vallen op als je de brief leest met de bril van een opleider.
Ten eerste wordt erkenning belangrijker. Een stelsel dat op vaardigheden stuurt, heeft een taal nodig om die vaardigheden in uit te drukken. In Nederland is dat het kwalificatieraamwerk NLQF, dat private kwalificaties op een niveau inschaalt. Dat instrument wordt door dit soort beleid relevanter, niet minder relevant. Zie wat een NLQF-inschaling een opleider oplevert.
Ten tweede verschuift de klant verder richting werkgevers, sectoren en regio's. Wie zijn aanbod nog richt op de individuele deelnemer die zelf betaalt, zit in het krimpende deel van de markt. Daarover schreven we in het scholingsgeld is verplaatst, niet verdwenen.
Ten derde loopt publiek geld voor een groeiend deel via samenwerkingsverbanden en regionale programma's. Dat is niet hetzelfde als een aanbestedingsprocedure, maar het lijkt er wel op: je moet aan tafel komen, je moet iets kunnen laten zien over kwaliteit en je moet je verantwoorden.
Voorbehoud
Een Kamerbrief is een voornemen. De brief zelf verandert niets aan de regelingen die nu open staan, aan de tarieven of aan de eisen waaraan je vandaag moet voldoen. Wat er van deze koers overblijft, hangt af van begrotingen, van de Kamer en van de uitvoerbaarheid. Lees hem als richting, niet als toezegging. De praktische deadlines van dit najaar staan elders: de subsidie praktijkleren sluit op 17 september.
Bronnen
- De toekomst van Leven Lang Ontwikkelen, Kamerstuk 30012 nr. 170Tweede Kamer der Staten-Generaal · geraadpleegd 5 september 2026
- Nationale LLO-Katalysator, projectbeschrijving en financieringNationaal Groeifonds · geraadpleegd 5 september 2026








